Van het anti-Buma front: journalisten zetten zich in voor afschaffing van het Wilhelmus

Er is een nieuwe tekst voor het Wilhelmus. En hoewel ik daar al bijna een halve eeuw naar uitkeek, heb ik nu de pee in.

Waar kunt u de tekst lezen? U heeft er als jongere op middelbare leeftijd nog geen abonnement op wellicht, maar ik wel, want ik steun nieuwe media-initiatieven: Argus, tweewekelijks blad vrijwillig onbetaald volgeschreven door gepensioneerde journalisten. Ik reproduceer het nieuwste anti-Wilhelmus zo meteen hieronder.  Even geduld, en wel onmiddellijk.

Enige tijd geleden schreef Argus (dat mij al langer een beetje tegenvalt eerlijk gezegd) een wedstrijd uit voor een nieuwe tekst voor het Wilhelmus. Dat er al – soms zelfs obscene – leuke teksten op de wijs van het Wilhelmus bestaan, bijna allemaal van onbekende makers, was de redactie blijkbaar ontgaan.

De hele discussie draait om niet meer dan drie standpunten: 1. de tekst van het huidige Wilhelmus begrijpt geen enkele tijdgenoot spontaan, gaat over iets van honderden jaren geleden wat amper nog onderwezen wordt; 2. de stompzinnigheid van de tekst is juist het aantrekkelijke, andere volksliederen zijn stompzinnig nationalistisch (Brittania, rule the waves e.d.); 3. who gives a shit?

Uit de vijftig inzendingen koos de jury, onder wie o.a. John Jansen van Galen, die Nederlandse poëzie altijd zo prettig gepromoot heeft als afzakkertje in het onvolprezen  radioprogramma in Met het oog op morgen, de volgende volksliedtekst van ene Peter de Hoog.

Mijn land van zee-ee e-en wolken,

Mijn land van We-estenwind.

Een thuis voor ve-e-ele volken,

Een plek voor ie-ieder kind.

Laa-aat mij, je schoonheid delen,

Oh Nederland, zo klein,

Een Ko-o-o-oninkrijk voor velen,

Zal je eeuwen lang zijn.

Waar ik ook hee-een ma-ag varen,

Waar ik ook rei-eizen zou.

Jouw beeld zal i-ik be-ewaren,

Je fiere Roo-ood Wit Blauw.

Een land om van te dromen,

Mijn Nederland zo klein.

Een la-a-a-and om t’rug te komen,

Waar we vrij kunnen zijn.

Ik weet niet of u onze nationale voetbalploeg dit ziet zingen maar ik niet echt. Om de een of andere reden bevat elk volkslied leugentjes om bestwil. Dat was ook de reden waarom ik mijn eigen, soortgelijke alternatieve Wilhelmus niet heb opgestuurd (zie de uitroeptekens van deze waarheidsliefhebber). Maar oordeel zelf.

O land van zee en stromen

van groen en wolken zo rein [!] 

Zo vlak en toch vol [!] hoge [!] dromen [!] 

dat dit ons [!] land mag zijn. 

Als een kind van wet en rede [!] 

ben ik vrij, onverveerd [!].

wil ik trouw zijn aan de vrede [!]

die tijd ons heeft geleerd [!].

Zeg nu zelf, had ik die niet naar de redactie moeten sturen?

 

 

Advertenties

Historische films willen niet weten dat we vroeger gemiddeld niet ouder dan 40 werden

Vroeger – zeg tot en met 1918 – werden mensen in het westen gemiddeld niet ouder dan rond de veertig en dat al sinds de Babyloniërs, de Romeinen en de Aardappeleters van Van Gogh. Hoe ze dat berekend hebben voor volkeren van vóór en vlak na Jezus Christus, zonder Centrale Bureaus voor de Statistiek, weet ik niet. Onderzoekers zullen wel de overlijdensregisters van kerken e.d. erop nagevlooid hebben. Het getal zou ook wel eens kunnen voortkomen uit misplaatste superioriteitsgevoelens over onze eigen tijd, nu bijvoorbeeld Nederlanders gemiddeld twee keer zo oud worden.

Maar mocht het waar zijn dat van die 40 jaar, dan is wel duidelijk dat onze voorouders totaal anders geleefd moeten hebben dan wij. Jong trouwen en seks, kinderen krijgen, als tiener al keizer worden, weinig gevallen van ouderdomsvet en -suikerziekte, studeren overlaten aan monniken en dergelijke types want daar hebben levenslustigen geen tijd voor.

In de gemiddelde historische film is dat perspectief op een leven van korte duur nog steeds niet doorgedrongen. De hoofdrolspelers zijn voornamelijk dertigers en veertigers. Kinderen zien we weinig in volwassen rollen, natuurlijk ook omdat in de VS een 14-jarige kindactrice niet de rol van ontrouwe tienermoeder en echtgenote van een minderjarige warlord met levensgevaarlijke puberhersens mag spelen als zogeheten ‘expliciete scènes’ vereist zijn (in de Amerikaanse film Lolita is de hoofdrolspeelster ook stokoud). Het lijkt me geweldig de research te doen voor een film waarin het gewoon is rond je veertigste het hoekje om te gaan. Het scenario voor zo’n film kun je zelfs niet afkijken van de werkelijkheid in bijvoorbeeld Irak omdat het gemiddelde daar ook al op 63 jaar ligt.

Cleopatra regeerde samen met haar papa op een leeftijd dat je in Nederland en ver daarbuiten nog niet eens mag stemmen, trouwde omwille van de politiek 18 jaar oud met haar broertje van twaalf en begon drie jaar later aan een affaire, niet met een buurjongen met puistjes, maar met Julius Ceasar. Elizabeth Taylor was al de dertig gepasseerd toen ze de hoofdrol speelde in de Amerikaanse speelfilm Cleopatra. Geschiedvervalsing waar je beroemde filmcritici nimmer over hoort klagen.

Johan Goossens: een voorbeeldige leraar voor de 21e eeuw?

Ik las een bundel van Parool-columns van Johan Goossens en was verbijsterd over hoeveel er is veranderd in ‘het’ onderwijs, meer specifiek het gedrag van leerlingen en van onderwijzers – en de methodes!

Wat me het sterkste opviel: de gesprekken die leerlingen voeren met Goossens. Het zijn vaak echte gesprekken. Een leerling bekent iets, meldt dat hij zijn gedrag gaat veranderen, doet zijn levensverhaal uit de doeken, een meisje laat haar romantische liefdespoëzie (richting Allah) door de docent lezen. Soms weet Goossens wat zijn reactie ‘moet’ zijn, nog vaker improviseert hij, maar hij geeft het tijd en ruimte. Niet alle docenten zullen zijn als de empathische Goossens, maar toch.

Ook geeft Goossens spreekbeurten weer in speciale versies van het Nederlands waarin leerlingen een intens persoonlijk verhaal afsteken over bijvoorbeeld de abortus van een familielid. Eerst maakt het hilarisch, later voel je respect. Wij moesten vijftig jaar geleden spreken over nogal abstracte onderwerpen. Wel kwam ik bij sommige leraren thuis en we spraken dan vooral over hun vak. Ik was een ernstig meisje.

Ik herinner me niet dat er bij onze diploma-uitreiking na zes jaar gymnasium kinderen onder het publiek waren die rondrenden en niemand in bedwang hield. Nu zijn dat de kinderen van de meisjes die zijn geslaagd voor hun eindexamen en op het podium staan.

Ik denk ook niet dat er in mijn tijd geregeld werd vergaderd over wie er van school gestuurd moest worden wegens te frequente afwezigheid, slechte cijfers en een onuitwisbare indruk op docenten van een hopeloos geval te zijn. Alleen bij bepaalde misdrijven werd je van school gestuurd; voor de rest bleef je zitten en moest een jaar over doen als je erg slecht presteerde. Er was geen enkel mededogen met kinderen in moeilijke situaties (allebei de ouders ziek of omgekomen of zo), die daar overigens met hun medeleerlingen zelden over spraken.

Ook al die inmenging van de overheid op de school van Goossens was het onderwijs vreemd in mijn middelbareschooltijd (1967-1973). Van de invoering van de zogeheten Mammoetwet voor het voortgezet onderwijs in 1968 heb ik totaal niets gemerkt. Sindsdien is die wet volgens Wikipedia zo’n 230 keer veranderd. Aandoenlijk dat ministerie. Het wantrouwen tegen leraren en leraressen die conservatief zouden zijn en kampioenen in leervermijdingsgedrag moest nog opgestookt worden. Scholen deden wat hun was opgedragen en dat helemaal gratis. Sommige leraren voerden geen klap uit maar lanterfanters heb je overal. Schoolboeken liepen doodgemoedereerd twintig jaar achter op de wetenschap. Nu lijkt het onderwijs soms gebaseerd op het laatste nieuws.

Leraren werden geregeld gepest, medeleerlingen nooit of ik moet niets gemerkt hebben. Over de wreedheid en eenzaamheid van het onderwijzersbestaan in mijn tijd schreef Jan Siebelink De laatste schooldag. Ik wist niet dat zo erg was, anders hadden wij eens met die suicidale types gepraat.

Dan de tweedelingen. Er was geen enkel buitenlands kind op onze school (toch een scholengemeenschap met 1400 kids), wel wat kinderen van ‘Indo’s’ die zo nooit aangesproken werden, terwijl nu de helft van de Amsterdamse kinderen van Goossens de wereld, Nederland, als racistisch ervaart. De sociaal-economische verschillen tussen ons kinderen waren beperkt tot wel of geen vakantie op een vreemde plek, een rijtjeshuis met drie of vier slaapkamers, wel of geen bezoekjes aan de Bijenkorf, wel of geen auto voor de deur. Concurrentie op hebbedingetjes was ons vreemd. De telefoon hing nog aan de muur. De leraar Grieks nodigde al zijn klassen op zijn bruiloftsfeest uit en werd zonder ons dronken.

Af en toe komt tegenwoordig de debatvraag voorbij of social media rebellie niet onmogelijk maken (zoals in het boekje Ik kom in opstand, dus wij zijn van Eva Rovers). De scholierenbeweging die ik op het laatst tegen mijn zin leidde, was al na enkele maanden volhouden met sit-ins en massameetings een succes. Over de inhoud van het onderwijs kregen we niets te zeggen, maar idiote straffen werden afgeschaft, evenals de censuur op de schoolkrant. Niemand zeurde meer over wel heel erge minirokjes en niet roken deden we al uit onszelf. Na een jaartje werd het schoolparlement opgeheven bij gebrek aan wantoestanden.

Andere tijden. Onderwijs was een weinig journalistiek onderwerp.

De verrukkelijke columns van Goossens zijn gebundeld onder de titel Jongens, ik wil nu toch écht beginnen, en zijn uitgegeven door Thomas Rap.

Van het anti-Buma front: bejaarde journalisten offreren nieuwe tekst voor Wilhelmus-melodie

Er is een nieuwe tekst voor het Wilhelmus. En hoewel ik daar al bijna een halve eeuw naar uitkeek, heb ik nu de pee in.

Waar kunt u de tekst lezen? U heeft er als jongere op middelbare leeftijd nog geen abonnement op wellicht, maar ik wel, want ik steun nieuwe media-initiatieven: Argus, tweewekelijks blad vrijwillig onbetaald volgeschreven door gepensioneerde journalisten. Ik reproduceer het nieuwste anti-Wilhelmus zo meteen hieronder.  Even geduld, en wel onmiddellijk.

Enige tijd geleden schreef Argus (dat mij al langer een beetje tegenvalt eerlijk gezegd) een wedstrijd uit voor een nieuwe tekst voor het Wilhelmus. Dat er al – soms zelfs obscene – leuke teksten op de wijs van het Wilhelmus bestaan, bijna allemaal van onbekende makers, was de redactie blijkbaar ontgaan.

De hele discussie draait om niet meer dan drie standpunten: 1. de tekst van het huidige Wilhelmus begrijpt geen enkele tijdgenoot spontaan, gaat over iets van honderden jaren geleden wat amper nog onderwezen wordt; 2. de stompzinnigheid van de tekst is juist het aantrekkelijke, andere volksliederen zijn stompzinnig nationalistisch (Brittania, rule the waves e.d.); 3. who gives a shit?

Uit de vijftig inzendingen koos de jury, onder wie o.a. John Jansen van Galen, die Nederlandse poëzie altijd zo prettig gepromoot heeft als afzakkertje in het onvolprezen  radioprogramma in Met het oog op morgen, de volgende volksliedtekst van ene Peter de Hoog.

Mijn land van zee-ee e-en wolken,

Mijn land van We-estenwind.

Een thuis voor ve-e-ele volken,

Een plek voor ie-ieder kind.

Laa-aat mij, je schoonheid delen,

Oh Nederland, zo klein,

Een Ko-o-o-oninkrijk voor velen,

Zal je eeuwen lang zijn.

Waar ik ook hee-een ma-ag varen,

Waar ik ook rei-eizen zou.

Jouw beeld zal i-ik be-ewaren,

Je fiere Roo-ood Wit Blauw.

Een land om van te dromen,

Mijn Nederland zo klein.

Een la-a-a-and om t’rug te komen,

Waar we vrij kunnen zijn.

Ik weet niet of u onze nationale voetbalploeg dit ziet zingen maar ik niet echt. Om de een of andere reden bevat elk volkslied leugentjes om bestwil. Dat was ook de reden waarom ik mijn eigen, soortgelijke alternatieve Wilhelmus niet heb opgestuurd (zie de uitroeptekens van deze waarheidsliefhebber). Maar oordeel zelf.

O land van zee en stromen

van groen en wolken zo rein [!] 

Zo vlak en toch vol [!] hoge [!] dromen [!] 

dat dit ons [!] land mag zijn. 

Als een kind van wet en rede [!] 

ben ik vrij, onverveerd [!].

wil ik trouw zijn aan de vrede [!]

die tijd ons heeft geleerd [!].