Mijn leven bij tycoon Burlesconi (I)

Flapteksten (1)

Als manusje-van-alles bij de uitgeverij moet ik geregeld invallen bij het schrijven van flapteksten. De verklaring hiervoor is voor de verandering een keer simpel: ik kost maar 15 euro per uur en mij kan dus de tijd gegeven worden om een boek helemaal te lezen, dit in tegenstelling tot die lui van de marketingafdeling, die vermoed ik minstens het viervoudige kosten. Daar wordt overigens veel Engels gesproken en noemen ze een flaptekst een blurb. De hier gepresenteerde flapteksten behoren volgens marketeer Johnny Molle tot mijn beste werk, mijn superblurbs, die slechts hier en daar door zijn afdeling zijn gecorrigeerd.

 

Jibril (Gabriël) – DE KORAN, vertaald door H.R. Zia, uitgeverij Salam3.0

Nadat terreurgroepen jarenlang alleen de begrijpelijke zinnen eruit hebben gehaald, hierbij dan eindelijk de volledige tekst in het Nederlands! Natuurlijk veel hel en verdoemenis, een universum zonder mensenrechten zoals in de bloedige oude bijbelboeken die weer berusten op de genocidale joodse Tanakh, maar Allah is vooral barmhartig (kâriem), wat ook wel moet als over elk menselijk foutje zoveel stampij wordt gemaakt. Mooie verhalen en sprookjes die de christelijk opgevoede lezer bekend zullen voorkomen, maar het is toch een wat andere Abraham (Ibrahim), een deels nieuwe Mozes (Moussa), een minder uit de verf komende Jezus (Isa), waarover hier wordt verhaald. Bij gebrek aan een uitgebreid notenapparaat is de betekenis van hele reeksen bladzijden vaak onbegrijpelijk, dan weer – logisch, na bijna anderhalf millennium – niet meer na te voelen, maar de auteur had dan ook duidelijk geen 20e-eeuwse lezers voor ogen. De vertaler, H.R. Zia (auteur van In het donker van het licht), is een weesjongen uit islamitisch Bangladesh (dus ervaringsdeskundige) die wiskunde en upperclass Engels in Oxford heeft gestudeerd en na een succesvolle carrière op Wall Street zich aan de studie van het Nederlands is gaan wijden bij wijze van boetedoening na de crash van 2008. Een boek waarmee je maanden zoet en van de straat bent.

 

George Orwell – DE BOERDERIJ DER DIEREN, opnieuw vertaald door D. Samson, uitgeverij Avondrood

Aanvankelijk in 1944 door vier Britse uitgevers geweigerd omdat ze – logisch – in Stalin een bondgenoot van Amerika zagen en daarna in 84 talen vertaald, was deze klassieker inderdaad aan een opfrisbeurt toe. De vorige vertaler, Karel van Oirschot, een icoon uit onze ambachtelijke jaren ’50, hield zich veel te letterlijk aan de originele Engelse tekst, waardoor een zwartwit tekening van de behandelde issues zoals gelijkheid ontstond en de intelligentie van de dieren onterecht het kaliber kreeg van een Einstein. De varkens, wél gezegend met een fors IQ en de emotionele intelligentie die nodig is voor compromissen en het Politieke Spel, komen in deze nieuwe vertaling postmodern uit de bus als staatslieden eerste klas en niet als ‘stuffed shirts’ (Orwell). Voetnoten van de vertaler voorzien de gehate figuur van de boer, Mr Jones, van context, waardoor elke lezer weer rustig zal slapen. D. Samson, een voormalig ‘sociaal-democratisch liberaal met een menselijk gezicht’, is zich aan de studie van het Engels gaan wijden bij wijze van boetedoening na de crash van 2017.

 

Marjolein Paterszoon – DE MAN ZONDER POES, dochteruitgeverij KleinAmsterdam

Deze thriller, die twijfelt tussen autofictie en SF, komt volledig tegemoet aan de behoefte van veel lezeressen aan een vrouwelijk vertelperspectief en aan vrouwelijke hoofd- en bijfiguren. Weliswaar opent het verhaal met een man, Jozef, maar die wandelt slechts rond met een kinderwagen en komt na ontdekking van het niet al te onsmakelijk verminkte moordslachtoffer, een vriendin van de moeder van de baby in de wagen, verder nog amper voor in het verhaal. De moeder, Linda, voormalig bloemiste maar nu rechercheur in een Goois stadje waar kort tevoren zowel de V&D áls de AH gesloten zijn, heeft al twee dochters die aan het puberen zijn en weigeren te babysitten. Daardoor staan niet alleen haar na de scheiding broodnodige overuren onder druk, maar ook de relatie met haar nieuwe vriend, Maarten, terwijl ze ook nog rouwen moet om haar vriendin, Paulien, en een thuis moet vinden voor diens vijf kinderen. Hun vader wordt immers in een tbs-kliniek geobserveerd (zie deel 14 in de serie). Dan verdwijnt op dag drie van het onderzoek ook nog eens de kinderwagen, mét Maarten en Tim, de prepsychotische baby, nooit opgehaald product van Linda’s bijverdienste als draagmoeder (zie deel 13). Maarten blijkt een Rozekruizer te zijn en banden te onderhouden met de biologische vader van de kleine Tim, een ogenschijnlijk simpele tuinman uit Turijn die allergisch is voor katten…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s